Schaakclub "En

De vergeten kampioenen...


Tijdens de zaterdagse instuif op 19 juni raakten Arie van Diermen en ik ineens aan de praat over Dick de Jong. Menigeen van de huidige generatie schakers zal de beste man nooit gekend hebben, maar we hebben het hier over de clubkampioen van 1980 en 1981, zoals uit de Hall of Fame op deze site valt op te maken. Verhalen te over, over deze man, maar het leven nam een bijzondere wending. Heel voorzichtig hintte ik daar al op in Beat the Masters. Het leek me wel aardig om hem een exemplaar van mijn boek te schenken en Arie stelde voor om dat hoogstpersoonlijk te gaan bezorgen in Zon en Schild. Zo gezegd, zo gedaan en op zaterdag 26 juni fietste ik van Nijkerk naar de Utrechtseweg in Amersfoort. 

In de week voorafgaand aan dit bezoek begon ik ineens in En Passants historie te duiken. Zou Dick de Jong misschien de oudste nog levende clubkampioen zijn? Toen ik secretaris was van de club, en dus de ledenlijst beheerde, viel het mij op dat het geboortejaar 1952 nogal ruim vertegenwoordigd was en dat er ook drie clubkampioenen zijn geweest die in dat jaar geboren zijn. En daarvan was Dick de oudste, een paar maanden ouder dan Arie van Diermen, die op zijn beurt weer een paar maanden ouder is dan Lammert Kok. Maar voordat ik heel stellig zou gaan lopen beweren dat Dick de oudste nog levende clubkampioen is liep ik toch die eregalerij nog maar eens langs. Dat leverde een verrassend leuke zoektocht op! Ik beperk me hierbij tot de spelers die om wat voor reden dan ook uit beeld zijn verdwenen. 

Tot 1958: veelal Cees Vermeer 

Voorafgaand aan de totstandkoming van het fraaie boek Een Goeie Zet hebben de schrijvers veel uit de geschiedenis boven water weten te halen, maar de kampioenen van 1935-1958 hebben ze niet kunnen specificeren. De gebroeders Vermeer waren echter dominant aanwezig in die jaren. Cees Vermeer heb ik ontmoet in 1985 bij het 50-jarig jubileum. Hij zat in een rolstoel, herinner ik me nog. En hij schreef een grappig stukje in het clubblad, dat ook in voornoemd boek is opgenomen. Met zekerheid kan ik stellen dat hij is overleden. Hij is niet de oudste nog levende clubkampioen. 

1959, 1961, 1962, 1963, 1965, 1970 en 1973: Klaas Vermeer 

Klaas heb ik redelijk goed gekend, want toen ik kwam bovendrijven bij En Passant behoorde hij tot de oude garde en uiteindelijk was hij de laatste nog in leven zijnde actieve schaker die lid was sinds de oprichting in 1935. Tien jaar na zijn laatste kampioenschap won hij in een simultaanpartij nog van Jan Timman. Wie die partij wil naspelen moet Een Goeie Zet erbij pakken, pagina 60! In de jaren '80 werd Klaas nog de buurman van mijn oma en opa Hop. Klaas is uiteindelijk op 87-jarige leeftijd in 2004 overleden. Zijn weduwe, Minkie, overleed in december jl. Zij werd maar liefst 102 jaar oud! Klaas was erelid van En Passant. Zijn speelstijl? De kampioen van 1969 zei: “er was geen doorkomen aan”. 

1960, 1966 en 1968: Lub Bos 

Lub Bos is een van de grote onbekenden uit de eregalerij voor mij. Hij was namelijk al voordat ik op de club kwam gestopt met schaken. Volgens Arie van Diermen stopte hij abrupt nadat hij in een schaakpartij pardoes een toren verloor in één zet. “Als je zo torens weggeeft is het tijd om te stoppen” zou hij gezegd hebben.  Ze hebben hem nooit meer op de club gezien. Zijn zoon, de kampioen van 1969, wist daar nog aan toe te voegen dat enerverende schaakpartijen hem de daaropvolgende nacht nog wel eens wakker hielden. Lub Bos was in zijn werkzame leven directeur van de MAVO. Inmiddels is hij overleden, ook hij is niet de oudste nog levende clubkampioen. 

1964: Abram van de Groep 

Wie in Een Goeie Zet op pagina 51 de bovenste foto bekijkt ziet daar vier heren op een rij staan, die in 1975 bij het veertigjarig jubileum van En Passant werden gehuldigd. Drie van hen waren al van de partij vanaf de oprichting; zij werden erelid. De andere is Abram van de Groep. Hij werd “Lid van Verdienste”. Later werd ook hij overigens bevorderd tot erelid. Toen ik in 1982 voor het eerst als jochie bij de senioren meedeed speelde ik mijn eerste partij tegen Abram. Om een uur of half elf kreeg ik een remise-aanbod. Dat was een beetje vreemd, want ik stond twee pionnen voor. Bij Abram begonnen destijds echter de jaren te tellen en hij meende dat spelers van zijn leeftijd het recht zouden moeten krijgen om half elf de partij af te mogen breken. Dat ging niet door en enkele jaren later, wat laatavondse blunders rijker, stopte hij ermee. We hebben nog wel samen een jaar in En Passant 3 gespeeld. Abram op bord 1 en ik op bord 2. “Die jongen kan goed verdedigen” kregen mijn opponenten vaak van Abram te horen. Abram was de vader van Hille van de Groep, die ook in vele functies de club gediend heeft, maar uiteindelijk met schaken is gestopt. Abram is ook niet de oudste nog levende clubkampioen, want hij is in 1995 overleden. 

1971, 1972, 1974, 1975 en (gedeeld kampioen in) 1976: Henk W. Koelewijn 

De naam H.W. Koelewijn was er eentje die indruk maakte in mijn jeugd. Misschien wel omdat er steevast over H.W. gesproken werd, terwijl andere schakers gewoon bij hun voornaam genoemd werden. Toen H.W. in 1971 zijn eerste titel pakte was hij zestien jaar oud. Een record dat bleef staan totdat Henk Vedder in 1988 op zijn veertiende kampioen werd. Ik begon met schaken in 1976, precies het jaar dat H.W. ermee stopte. Ik hoorde in die jaren vergelijkingen met Bobby Fischer. Ook eentje die alles won en er toen mee stopte, zij het op een iets ander niveau. H.W. stopte aanvankelijk niet helemaal met schaken, hij zocht het een tijdje hogerop. Maar na een paar jaar stopte hij heel drastisch. Regionale spelers die ik hierover hoorde hadden het over een godsdienstwaanzinnige. Iets wat door Arie van Diermen overigens weersproken wordt. Heel lang bleef hij uit beeld, maar een paar jaar geleden trommelde Arie van Diermen hem ineens op en was hij erbij toen En Passant het 80-jarig jubileum vierde. Ik heb toen zelf tegen hem geschaakt, er is nog een filmpje van ( Schaakclub "En Passant" 80 jaar ), en merkte dat hij het nog aardig in de vingers had. H.W. leeft nog, hij woont in Gouda, maar hij is van na 1952, dus niet de oudste nog levende clubkampioen. De kampioen van 1969 meldt: “Toen H.W. zijn intrede deed op de club, dat was een niveautje hoger dan wij gewend waren.” 

1979, 1982, 1986, 1993, 1994, 1995, 1996: Henk Pruijs 

Dat de tijd vliegt wordt wel bewezen door het feit dat er nu al heel wat spelers op de club zijn die Henk Pruijs niet gekend hebben. Henk overleed, op 56-jarige leeftijd, begin 2006 aan die verschrikkelijke rotziekte met de letter K. Ik heb in het tweede jubileumboek Een Mooie Combinatie uit 2010 een lang artikel gewijd aan Hendrik, zoals hij zichzelf graag voorstelde. Het was een man van uitdrukkingen die bleven hangen, ik citeer hem nog wel eens in mijn schaakverslagen. “M'n handen zijn sneller dan mijn hersens” zei hij als hij een blunder had gemaakt. En zo had hij er nog veel meer. Hij heeft veel betekend voor de club in allerlei functies. Hij kon verschrikkelijk aanvallen als de stelling hem beviel en hij was dol op paardzetten. 

Een ranglijst 

Mijn zoektocht was dus gericht op de oudste nog in leven zijnde clubkampioen. Er leven momenteel nog elf clubkampioenen. Voor wie van lijstjes houdt: hier komen ze... 

11: Robin Reichardt, geboren in 2001 
10: Henk Vedder, geboren in 1973 
9: Richard Vedder, geboren in 1970 
8: Dick de Graaf, geboren in 1964 
7: Henk W. Koelewijn, geboren in 1955 
6: Sjoerd Drent, geboren in 1954 
5: Lammert Kok, geboren in 1952 (okt) 
4: Arie van Diermen, geboren in 1952 (aug) 

En dan nu: de Top 3! En die bestaat geheel uit (bijna) vergeten kampioenen 

3: Dick de Jong, geboren 2 mei 1952, kampioen in 1980 en 1981 

Dick de Jong was een schaker met een compromisloze aanvallende stijl. De Siciliaanse Draak was zijn favoriet. Hij liet zich graag inspireren door andere grote schakers. Mijn vader wist ooit te vertellen dat er eens een grootmeester was die altijd zo'n flesje sterke drank in borstzakformaat bij zich droeg. Dus ging Dick dat ook doen. Dick zelf vertelde mij ooit dat hij in het jaar dat hij zijn eerste kampioenschap veroverde altijd noteerde in de Engelse notatie. Dus 1.P-K4 P-QB4. Wie dat niet kan lezen: daar staat 1.e4 c5. Bobby Fischer noteerde ook zo, dus deed Dick de Jong het ook. 

 

Op bezoek bij Dick de Jong 

Ook Dick zocht het een tijdje hogerop nadat hij een paar keer kampioen was geweest, maar na een avontuur bij HSG in Hilversum dat uiteindelijk een beetje lullig afliep, het kwam op die zaterdag waarop ik hem bezocht nog weer bij hem boven, keerde hij weer terug bij En Passant. Hij leest nog altijd schaakboeken en als het kan schaakt hij met medebewoners in Zon en Schild. Trots vertelde hij dat zijn moeder inmiddels 94 is. Een sterk geslacht, want eerdergenoemde Minkie was een zus van haar. Klaas Vermeer was dus een oom van Dick en toen die in zijn laatste jaren ook in Zon en Schild woonde waren Dick en Klaas schaakmaatjes. Tijdens ons gesprek rakelde hij de razend spannende strijd om het kampioenschap in 1981 weer op: Met nog vier ronden te gaan had hij een ruime voorsprong op Henk Pruijs. In de laatste vier ronden, waarin De Jong en Pruijs steeds tegen elkaar zouden spelen, had Dick de Jong aan één punt voldoende voor de titel, Henk Pruijs zou moeten eindigen met 3,5 uit 4 om de titel te heroveren. Pruijs won drie keer op een rij met als gevolg dat hij in de laatste ronde aan een remise genoeg had. In die laatste ronde kon hij die remise afdwingen dankzij eeuwig schaak. Maar hij wilde meer en ging voor de winst. En in die winstpoging ging hij te ver en Dick de Jong profiteerde optimaal. 

Kenmerkend voor Dicks aanvallende stijl is onderstaande partij, waarvoor hij in het nazomertoernooi van HSG in Hilversum de schoonheidsprijs ontving... 

Dick de Jong – Gerard Hamers 
Hilversum, Augustus 1982 

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3.d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 

De Draak! Dick speelde dit zelf graag met zwart, maar deze keer gaat hij er met de witte stukken tegen tekeer.  

6. f3 Lg7 7. Le3 Pc6 8. Lc4 Ld7 9. Dd2 O-O 10. O-O-O Tc8 11. Lb3 Pe5 12.h4 Pc4 13. Lxc4 Txc4 14.h5 

 

Een pionoffer dat bekend is uit de openingstheorie. Anatoly Karpov, de wereldkampioen in die dagen, heeft er bijvoorbeeld mee gewonnen van Viktor Kortchnoi in de finale van de kandidatenmatches in 1974.   

14... Dc7  

De zwartspeler trekt zich er niets van aan. Aanvaarding van het offer levert een gevaarlijke open h-lijn op na 14... Pxh5 15. g4 Pf6. 

15. Pde2 Tc8 16.hxghxg6?  

In de Draak is de stelling zo scherp dat niemand zich een foutje kan permitteren. Deze ogenschijnlijk logische zet, naar het centrum toe slaan, is de beslissende fout die genadeloos wordt afgestraft. 16... fxg6 was geboden. 

17. Lh6 Lh8 18.g4 b5 

  

19. Lf8!!

Een schitterende combinatie. Met grof geweld wordt de h-lijn ontruimd zodat wits zware stukken binnen kunnen denderen.  

19...Txf8 20. Txh8+!  

Nog even de belangrijkste verdediger opruimen.  

20...Kxh8 21. Dh6+ Kg8 22. Th1 Ph5 23. gxh5  

Zwart gaf het op. Er is geen houden meer aan.  

 

2: 1969: Dick Bos, geboren 19 augustus 1946 

Voor mij weer een grote onbekende, deze Dick Bos. Niet te verwarren met de éénarmige Dick Bos die rond de eeuwwisseling in allerlei functies actief was voor de club en voor het denksportcentrum. Het betreft hier een zoon van eerder vermelde Lub Bos. Toen ik bij mijn moeder informeerde meende ze dat Dick Bos was overleden, maar ze was in de war met een andere Dick Bos. Het is dan ook een veel voorkomende naam, tot in stripverhalen aan toe! Arie van Diermen wist beter en die wist ook een e-mailadres te achterhalen. En ziedaar, het contact was gelegd! Een aangenaam verraste Dick Bos reageerde dat hij vol met herinneringen zat en graag eens langs wilde komen op de club. Dat was mooi, en op zaterdag 3 juli bezocht hij de zaterdagse instuif.  

Dick Bos ontvangt Beat the Masters 

Dick trof op zolder notatieboekjes aan met partijen van 1967 tot 1974. Zo lang moet hij dus lid zijn geweest. Of het een spannende strijd om het kampioenschap is geweest in 1969 wist hij niet meer. Waarschijnlijk wel, zo zei hij, want Klaas Vermeer en vader Lub Bos waren eigenlijk beter; daar kan hij nooit met kop en schouders bovenuit zijn gestoken. Het was ook steevast de opstelling van En Passant 1 in die jaren: Klaas Vermeer op 1, Lub Bos op 2, daarna Dick Bos, daarna de kampioen van 1967 en daarna de rest. Dick is nu al een tijdje met pensioen, maar voordat het zover was doceerde hij Economie aan het Baarnsch Lyceum. Hij heeft daar Johan Hut nog lesgegeven. Dankzij de artikelen van Johan in de Gooi- en Eemlander en de berichten over En Passant in De Bunschoter heeft Dick de gebeurtenissen rondom En Passant altijd bijgehouden. 

Dick stopte in 1974 met schaken. Enerzijds omdat in die tijd nog op zaterdagochtend les werd gegeven en dat is niet handig als het de avond ervoor laat geworden is. Anderzijds sloot hij niet uit dat hij aan dezelfde kwaal leed als zijn vader, namelijk dat een enerverende schaakpartij nog wel eens een beroerde nachtrust opleverde. In 1980 verhuisde hij naar Hilversum. Schaken doet hij nog steeds, maar alleen online en met een speeltempo van drie dagen per zet. “En dan nog verlies ik wel eens doordat het te lang duurt voordat ik zet”.  

Hoe ging het eraan toe op de clubavond in die jaren? Dat leverde een paar bijzondere anekdotes op. Zo gebeurde het regelmatig dat er tijdens het schaken ineens een psalm werd ingezet door een van de leden. De rest van de schakers begon mee te zingen. Kunt u het zich voorstellen? Mannenkoor En Passant. 

Als er aan het einde van de avond nog partijen bezig waren werden deze afgebroken. Dick Bos en de kampioen van 1967 werden dan geacht de slotstelling te arbitreren en zo de uitslag vast te stellen. Uitvluggeren deed men niet in die tijd. Het leverde veel discussie op. Dick en de kampioen van 1967 samen een stelling beoordelen en de rest eromheen zich ermee bemoeien. 

Dick zijn speelstijl? “Vroeger nam ik veel risico met aanvallend spel en stukoffers. Tegenwoordig schaak ik alleen online en mijn speelstijl is nu heel voorzichtig.” 

Ik vroeg Dick om een partij die hem dierbaar was en hij zond mij onderstaande pot omdat dat de enige keer is dat hij met zwart van H.W. Koelewijn wist te winnen. “Een wildwestpartij” schrijft Dick erbij. Dat kan ik alleen maar beamen... 

Henk Koelewijn – Dick Bos
Interne competitie En Passant, 1 oktober 1971 

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Pf6 4. Pc3 b6

Een ongebruikelijke zet. Hij komt enkele tientallen keren voor in mijn database, maar dat zijn allemaal partijen van na 1971. Je zou het dus de Bosvariant kunnen noemen! Overigens scoort wit er veel beter mee dan zwart, dus ik geef u toch in overweging om het gebruikelijke 4... Pxe4 5. Pxe4 d5 te doen, waarmee zwart zonder grote problemen de opening doorkomt. 

5. d3

Meteen 5. Pg5 is al een zware beproeving voor zwart. 

5... Lb7 6. Pg5 (Nu dan!) d5 7. Pxd5 Lc5  

Het spektakel gaat beginnen: 

8. Pxf7 Kxf7 9. Pxc7+

Sterker is 9. Pxf6+ omdat Kxf6 tot spoedig mat leidt: 10. Df3+ Ke7 11. Df7+ Kd6 12. De6 mat 

9... Ke7 10.Pxa8 Lxa8  

Een toren en drie pionnen tegen twee paarden. En dat na tien zetten. Het publiek is de grote winnaar! 

11. Lg5 Kd7 12.c3 Tf8 13. Lb5 Kc7 14. O-O h6 15. Le3 Ld6 16.f4 exf4 17. Lxf4 Lxf4 18. Txf4 Dd6 19. Tf2 Pe5 20. d4 Peg4  

Zo is zwart er toch in geslaagd al zijn stukken op de witte koningsstelling te richten. H.W. toont zich geen goede verdediger in het vervolg van deze partij: 

21. e5 Dd5 22. Lf1

Zuinig op zijn loper, maar de prijs is hoog. Beter was 22. Te2. 

22... Pxf2 23. Kxf2 Pg4+ 24. Kg1 h5 25. h3  

Begrijpelijk dat wit dat lastige peerd wil verjagen, maar dat peerd gaat nergens heen: 

25...Tf2! Boem! Met een dodelijke dreiging op g2. Wit gaf het op. 0-1 

1: 1967: Piet Blom, geboren 20 februari 1943 

De zoektocht naar de kampioen van 1967, de oudste nog levende clubkampioen, was het meest bijzonder. Googlen op Piet Blom leidde me naar de architect van de Rotterdamse kubuswoningen, daar heb ik niks aan. Bij moeder ging geen belletje rinkelen en ook Arie van Diermen kon me niet verder helpen. Toch weer naar Google. “Piet Blom Bunschoten” tikte ik in. Je moet toch ergens beginnen, nietwaar? En verrek! Daar kom ik een bericht tegen van ene Cor Blom op de Facebookpagina van het Spakenburgse koor Hosanna. Zijn broer Piet, die naar Canada is geëmigreerd, was vroeger lid van Hosanna en die wilde weten of ze nog een of andere LP hebben. “Bingo!” dacht ik en stuurde Cor een berichtje. Dat leverde meteen een hartelijk contact op en inderdaad, zijn zingende broer was vroeger ook schaker. Inderdaad naar Canada gegaan. Ik vroeg Cor om een e-mailadres van Piet en stuurde wat vragen richting Canada. Een antwoord bleef even uit. “Ja”, zei een andere oud clubkampioen lachend, “Piet was vroeger ook al niet van de snelsten”. Ik probeerde het weer bij Cor en die probeerde het in de familie-app van de Blommen. Ik stuurde na een paar dagen ook nog een mailtje en jawel hoor. Bericht van Peter Blom. Zijn voornaam is verCanadeesd. 

Piet zat voordat hij naar Canada ging in het onderwijs. Hij was onderwijzer op de Calvijnschool. En raad eens wat voor werk hij deed toen hij naar Chilliwack in Canada verhuisde? Schooldirecteur op de John Calvinschool! Van de Calvijnschool naar de Calvinschool. Later stopte hij met het onderwijs en begon hij een eigen zaak met zijn tweede vrouw. Een zaak die inmiddels door een van zijn zoons is overgenomen. Zijn eerste vrouw, Boukje, overleed toen ze 50 jaar oud was. Piet denkt dat sommige van de oudere leden haar misschien nog wel gekend hebben. Chilliwack ligt overigens vlakbij de Vedder-rivier. Het is maar dat u het weet! 

Met schaken was het snel gedaan na zijn emigratie. In Chilliwack was geen schaakclub. Hij heeft nog een tijdje met vrienden geschaakt, en ook wel geprobeerd zijn kinderen te leren schaken, maar daar was hij niet goed in. “Het is voor mij onmogelijk om in een partij allerlei stomme zetten te doen om een ander te laten winnen”. (Heel herkenbaar voor mij; toen ik Erik leerde schaken koos ik ook voor de harde leerschool. Wellicht daarom werd het niks.) 

Piet introduceerde in het seizoen 1966/1967 het Keizersysteem. Dat hanteren we anno 2021 nog steeds! In het jaar waarin hij kampioen werd was hij zelf de wedstrijdleider en tot verbazing van hemzelf en van zijn concurrenten eindigde hij bovenaan. Later vroeg hij zich af of hij niet een fout had gemaakt in de berekeningen om zo zichzelf kampioen te maken. “By accident, of course.” Ja, rekenfout of niet, de strijd was razend spannend dat seizoen, want in “Een goeie zet” op pagina 30 zien we dat hij één punt meer heeft gescoord dan Lub Bos. En dat is in het Keizersysteem verrekte weinig! 

Gevraagd naar een herinnering aan En Passant schrijft Piet dat er veel gerookt werd tijdens het schaken. “Vaak kwam ik na twaalf uur thuis en dan stonk ik. Mijn vrouw stond erop dat ik mijn kleren uittrok in de hal en pas daarna mocht ik de keuken in komen. Toen was ze nog mild: Als het in Canada was gebeurd zou ze ook nog eisen dat ik eerst onder de douche zou gaan.” 

Met Piet op de foto gaan is wat lastig met zo'n oceaan ertussen, maar gelukkig was hij zo vriendelijk mij een foto uit zijn archief toe te zenden. 

Piet heeft geen partijnotaties bewaard. Ik kan u dan ook geen partij van hem tonen. Maar mocht een van onze oudere leden op zolder nog een fraaie nederlaag tegen Piet hebben liggen, dan houd ik mij van harte aanbevolen! 

Dat waren de vergeten kampioenen. Het leek mij goed om, in het kader van de geschiedschrijving, deze toch even aan u voor te stellen. 

Met dank aan Cor Blom en Arie van Diermen 

Richard Vedder... 

 

 

28-09-2021


 
blog comments powered by Disqus